SVA-leerlingen beoordelen in de groene beroepspraktijk

Nick Pegge had als vakbekwaam hovenier een eigen bedrijf en werkt tegenwoordig als persoonlijk begeleider op afdeling De Groenderij van de Twentse Zorgcentra. Drie vragen aan deze SVA-examinator.

Sinds een paar jaren examineer je. Wat drijft je hierbij?

“Ik heb specifieke vakkennis van werken in het groen én van sociaal pedagogisch werk. Ik kan deze jongeren begrijpen in hun gedrag en wilde iets doen om voor hen het verschil te maken. Dat is eigenlijk de inborst van waaruit ik me verbonden heb aan SVA. Weliswaar werk ik 5 dagen per week op De Groenderij, maar ik neem graag vrij om SVA-examens af te kunnen nemen. Je leert daarbij ook zelf, want je kijkt in veel andere keukens. Hierdoor haal ik soms dingen op die ik op mijn eigen werk voor mijn cliënten kan gebruiken. Om verschillende redenen is dit werk dus waardevol om te doen.”

Hoe is het om als examinator op stagebedrijven te komen?

“Vóór het examen wil ik de leraar spreken en het persoonlijke portfolio inzien voordat we samen naar het stagebedrijf gaan. Ik kom bij allerlei lokale hoveniersbedrijven en bij gemeenten. Voordat ik de leerling beoordeel in de beroepspraktijk heb ik altijd een voorgesprek met de voorman en de leerling. Daar kun je veel uithalen. Hoe doet de leerling ’t in het werkveld? Komt hij op tijd? Staat de leerling de klant juist te woord? Ook wil ik weten of er zicht is op een contract. Veel leerlingen die SVA2 doen, hebben een aanbod op zak om in dienst te komen. Dat zegt natuurlijk veel als een stagebedrijf een leerling al een contract aan wil bieden. Bij SVA2-examens wil ik uiteraard altijd de leerling zelf zien werken met machines als bosmaaiers en motorhegscharen. Zo kan ik checken of de leerling juist gebruik maakt van persoonlijke beschermingsmiddelen.”

Er is een enorme personeelskrapte. Wat doet dit met de arbeidskansen van jongeren in het Groen?

“De personeelstekorten zie ik ook in de groensector. Bedrijven zitten te springen om personeel. Ik denk dat werkgevers meer bereid zijn om te investeren in begeleiding en in het aanpassen van werkzaamheden aan de mogelijkheden van het individu.  Er liggen nu zeker kansen in het Groen naar uitstroom naar regulier betaald werk.”