Examenwerkstukken brengen vaardigheden samen bij Bouw en Hout

Een gipswand maken of een compleet werkstuk van hout. Binnen de SVA-trajecten Werken in de Bouw en Werken in de Houtbranche kunnen leerlingen toewerken naar concrete examenwerkstukken. Daarmee komen verschillende vaardigheden samen in één praktijkopdracht. Voor docenten bieden de werkstukken bovendien houvast bij het inrichten van hun onderwijs.

Wie leerlingen voorbereidt op een examen in de Bouw of Hout heeft veel mogelijkheden. Dat is een kracht, maar kan het ook lastig maken om te bepalen met welke opdrachten je gericht naar het examen toewerkt. Daarom biedt SVA voor beide trajecten uitgewerkte examenwerkstukken aan.

Bij Werken in de Bouw bestaat het examenwerkstuk uit het maken van een gipswand, eventueel voorzien van een wandcontactdoos. Voor Werken in de Houtbranche zijn twaalf verschillende werkstukken beschikbaar. Drie voorbeelden zijn opgenomen in het certificeringsboek. De overige werkstukken zijn te vinden in het examenportal onder Instructies. De bouwtekeningen met maatvoering zijn al uitgewerkt.

Van losse vaardigheden naar een geheel

De meerwaarde van een examenwerkstuk zit vooral in het combineren van vaardigheden. Een leerling oefent niet alleen afzonderlijke handelingen, maar moet verschillende vaardigheden binnen één opdracht toepassen.

Dat maakt ook zichtbaar wat een leerling inmiddels kan. Het eindresultaat is iets om trots op te zijn en kan bovendien een plek krijgen in het portfolio. Zo kan een leerling tijdens een stage of bij een toekomstige werkgever laten zien welke vaardigheden hij of zij beheerst.

Ruimte voor eigen opdrachten

De uitgewerkte werkstukken bieden houvast, maar zijn geen keurslijf. Scholen kunnen ook zelf een examenwerkstuk ontwikkelen waarin verschillende proeven van vaardigheid worden gecombineerd. Overleg daarover vooraf wel met de examinator.

De examenwerkstukken zijn ontwikkeld in samenwerking met praktijkdocenten die zelf een achtergrond hebben als vakman of vakvrouw. Hun kennis van het vak én van de leerlingen is daarbij benut. Zo sluiten de opdrachten aan bij wat leerlingen motiveert én bij vaardigheden die in de beroepspraktijk van betekenis zijn.